Voor sommige relatief traaglopende conveyor- of ketting-
systemen wordt olie- of vetsmering op uitwendige
nippelaansluitingen voorgeschreven; dit toegevoerde vet wordt
dan langs inwendige kanalen in de individuele rolbehuizingen
naar de desbetreffende wrijvingsvlakken geleid.
Het automatisch smeren van de in-bedrijf zijnde conveyor of
ketting wordt uitgevoerd door middel van een “meeloopsysteem”
welke gedurende de smeertijd parallel met de conveyor
meebeweegt. Nadat de instelbare vethoeveelheid voor 2
opeenvolgende schakels werd toegevoerd worden beide lateraal
beweegbare sproeistukken ontkoppeld en beweegt het gehele
frame terug naar de beginpositie voor de smering van het
volgend nippelpaar.
De installatie wordt meestal gevoed vanuit een elektrisch of
pneumatisch werkende vatpomp.
Het ontwerp voorziet in een flexibel programmeerbare sturing
met de bijhorende controle- en veiligheidsfuncties ; ook het
nadruppen ter hoogte van de nippel en het sproeistuk wordt
voorkomen.
Het geheel wordt robuust en onderhoudsvriendelijk uitgevoerd
waarbij uiteraard ook rekening gehouden wordt met de lokale
werkomstandigheden.
Voor overhead conveyors wordt de installatie meestal
dubbelzijdig uitgevoerd.
1. Gemonteerd op het aandrijftandwiel van de ketting
2. Lineair meelopend met de conveyorketting
Het verschil met vorige versie is dat we hier met lineaire
geleidingen werken waarop een slede met injectienozzel(s)
gemonteerd staat.
De slede wordt gedurende een instelbare tijd meegenomen door
de ketting of de loopwielen van de conveyor en de
smeeroperatie gebeurt gedurende de tijd dat de injecteerpen(nen)
verbonden is(zijn) met de lopende ketting. Deze injectie pen
wordt samen met de slede na de smeertijd teruggetrokken en
naar haar beginpositie gebracht om vervolgens de volgende
schakel of het volgend loopwiel te smeren.
CHP nv | 9G August de
Boekstraat | B-9100 Sint Niklaas | Belgium | Europe
info@chplub.com | www.chplub.com | T + 32 (0) 3 778 87 77 | F + 32 (0)
3 778 87 78